Erfgoedradar spoort historische karrensporen op

Door een uitbreiding van woningbouw in de gemeente Veldhoven (plan Huysackers-Zilverbaan) wordt een groot terrein cn circa 15 hectare archeologisch onderzocht. Er worden daar sporen van de ijzertijd tot de middeleeuwen aangetroffen. Op enkele plaatsen werden ook duidelijke karrensporen aangetroffen. Dit leidde tot de vraag aan de Werkgroep Innovatieve Meettechnieken in de Archeologie (WIMA) of deze ook zichtbaar waren te maken met een scan met de bodemradar. Aangezien ondergrondse sporen met behulp van een bodemradar uitsluitend zichtbaar zijn als er sprake is van verschil in permativiteit waren er twijfels bij de werkgroep of dit mogelijk was. In principe werd er op voorhand van uitgegaan dat door deze scan te doen zou aantonen dat karrensporen juist niet zichtbaar zijn met een bodemradarscan. Des te groter was verrassing dat het er op lijkt dat deze sporen zichtbaar zijn op het beeld in een 3D-model (zie pijlen op afbeeldingen). Na enig brainstormen was de conclusie dat er drie mogelijke verklaringen voor zijn.

Ten eerste is er sprake van verdichting van de boden als er gedurende langere tijd karren gebruik maken van hetzelfde spoor. Daarnaast zal de grond in het spoor enigszins “vermalen” worden door hetzelfde fenomeen. Ook zal er sprake zijn van inspoeling in het spoor, waardoor de concentratie organisch materiaal in het spoor groter zal zijn dan die in de directe omgeving. Door elk van deze drie factoren apart of als optelsom kan de hoeveelheid vocht in het karrenspoor groter zijn dan in de omringende ondergrond.

Opgemerkt moet worden dat hierdoor niet plotseling alle karrensporen met een bodemradar opgespoord kunnen worden. In dit specifieke geval wisten we waar gezocht moest worden. Hierdoor konden de radarbeelden uit de nog niet uitgegraven putten gecorreleerd worden met sporen die gevonden waren in aansluitende putten waar de opgraving voltooid was.

Niettemin hebben karrensporen wel degelijk een eigen profiel. Als we dus op basis van een verwachting ergens gaan zoeken en identieke profielen vinden, waarbij het totale beeld lijnvorming over langere afstanden zichtbaar blijft, is er een aanwijzing voor karrensporen. Boringen of proefsleuven moeten dan voor de definitieve bevestiging zorgen.
In ieder geval heeft deze scan gezorgd voor een nuttige aanvulling op onze steeds uitgebreidere interpretatie bibliotheek.

Werkgroep Innovatieve Meettechnieken in de
Archeologie